Butte de Vauquois: ondergrondse gangen en kraters van de mijnoorlog
Door Sandra & Christophe · 9 min lezen
Wie in Vlaanderen op Mesen, Hill 60 of de Hooge Crater is geweest, kent het idee van de mijnoorlog: tunnels onder de loopgraven, springladingen, kraters die meer dan honderd jaar later nog open in de aarde liggen. Op de Butte de Vauquois, vijfentwintig kilometer ten westen van Verdun, is dat fenomeen tot zijn extreem doorgevoerd. Tussen 1914 en 1918 hebben Franse en Duitse pioniers onder dit ene heuveldorp zoveel mijnen tot ontploffing gebracht dat het dorp zelf is verdwenen — letterlijk weggeblazen. Wat overblijft is een lange rug met een dubbele rij kraters. Vanuit Ferme Lafayette ben je er in een kwartier. Hieronder hoe je het bezoekt.
Het dorp dat verdween
Vóór de oorlog telde Vauquois ongeveer 168 inwoners, op een heuvel van 295 meter met een vrij uitzicht over de hele Argonne en richting Verdun. In september 1914, nadat de Duitse opmars bij de Marne was gestopt, trok het Duitse leger zich terug op precies deze rug. Ze namen Vauquois diezelfde maand in en hielden de zuidelijke helft van het dorp. De Fransen heroverden de noordelijke helft begin 1915 — zware verliezen — en stonden vervolgens stil: beide partijen lagen twintig meter van elkaar bovenop de heuvel, en geen van beide kon door infanterie verdreven worden.
Vanaf 1915 begonnen beide kanten te graven. Niet meer loopgraven — mijnen. Franse en Duitse genie-eenheden dreven schachten zestig, tachtig, soms honderd meter de diepte in, vulden de doodlopende gangen met springstof en deden ze afgaan. En dan opnieuw. Bijna vier jaar lang. De inwoners waren al lang geëvacueerd. Toen de Amerikanen op 26 september 1918 de top bereikten, was er van het dorp niets meer over om te bevrijden — alleen de rug, met zijn kraters.
Wat ze elkaar hebben aangedaan
In totaal werden op deze ene heuvel meer dan vijfhonderd mijnen tot ontploffing gebracht. De gecombineerde Franse en Duitse tunnelsystemen onder de rug beslaan bijna dertig kilometer gangen — een ondergrondse mini-stad in twee helften. De grootste enkele lading was de Duitse "Donaumine", vernoemd naar de Donau, op 14 mei 1916. Zestig ton springstof in één keer. De ontploffing doodde meer dan honderd Franse infanteristen op slag en sloeg een krater waar je vandaag nog in kan staan.
Vergelijkbare wapenfeiten kennen we uit Vlaanderen: de negentien mijnen onder Mesen op 7 juni 1917, met de Spanbroekmolen-krater (vandaag de "Pool of Peace") als bekendste overblijfsel. Vauquois deed hetzelfde, maar dan kleinschaliger, vroeger, en vier jaar lang in plaats van één ochtend. Het is een van de meest doorgewerkte mijnoorlogsplekken aan het hele westelijke front.
Wat je vandaag ziet: bovengronds
Het bovengrondse circuit is gratis, altijd open en goed bewegwijzerd. Vanaf de parking aan de voet loop je in tien minuten naar de top. Bovenop oriënteren twee informatiepanelen je in de voormalige Franse en Duitse stellingen, en een „lanterne des morts" markeert waar de dorpskerk stond. Vanaf hier loop je de hele kraterlinie af: een vreemd, bijna maanachtig landschap van kraters, tegenkraters en overgroeide ophogingen. Reken minimaal anderhalf uur, alleen voor het bovengrondse deel.
Wat je vandaag ziet: ondergronds
De ondergrondse gangen worden onderhouden en gegidst door Les Amis de Vauquois et de sa région, een vrijwilligersvereniging. Ze organiseren formele rondleidingen, meestal één zondag per maand en op een aantal extra data per jaar, tegen een kleine vergoeding. Je daalt af via betonnen trappen in een stuk van het Franse gangenstelsel: vochtig, smal, koud, verlicht met zaklampen. Je staat in de feitelijke kamers waar Franse sappeurs werkten, aten, sliepen en wachtten op de volgende Duitse explosie enkele meters verderop. Eerlijk: het is de meest fysieke WO I-ervaring in dit deel van Frankrijk. Vooraf reserveren via de website van de vereniging.
Praktische informatie
Vijftien minuten rijden vanuit Ferme Lafayette over rustige plattelandswegen. Gratis parkeren onderaan de heuvel. Bovengronds circuit gratis en altijd toegankelijk. Ondergrondse rondleidingen vereisen reservering en een kleine vergoeding. Mee te nemen: stevige wandelschoenen (het pad omhoog en de kraterrand zijn ongelijk), een warme laag zelfs in de zomer (ondergronds blijft het jaarrond rond de 10 °C), een zaklamp of hoofdlamp als je die hebt, en een waterfles. Geen café of winkel op de site; toiletten beperkt.
Vanuit Brussel rijd je ongeveer drie uur tot bij Ferme Lafayette; Vauquois zelf is dan nog een kwartiertje verder. Vanuit Maastricht onder de drie uur, vanuit Amsterdam ongeveer vierenhalf.
Waarom dit een onmisbaar bezoek is
Verdun en de Amerikaanse begraafplaats van Romagne tonen je de schaal en de stilte van WO I. Vauquois toont je de techniek en de waanzin. Vier jaar lang heeft een paar duizend man, in vier of vijf compagnieën aan elke kant, zich met krijtjes en lonten ingegraven onder elkaar, met de bewuste bedoeling de tegenstander tijdens zijn werk de lucht in te blazen. Het is het soort verhaal dat in films onwaarschijnlijk lijkt. Op deze heuvel staat het in de aarde.
Ferme Lafayette ligt op vijftien minuten rijden van de Butte de Vauquois. Sandra en Christophe kunnen voor je reserveren bij de vereniging als je Frans nog wat roestig is, en raden je aan warmere kleding mee te nemen dan je denkt nodig te hebben. Ontbijt inbegrepen; driegangendiner op aanvraag, perfect na een lange dag op de heuvel. Bekijk de beschikbaarheid →
